bibliografie

- Vanuit mijn raam gezien (Franse verhalen, 2009)
- Verhoudingen (roman, 2007)
- The Memory Game (een Engelstalig libretto, 2005)
- Alle verhalen tot nu toe (verhalen, 2004)
- Op oude voet (verhalen, 2003)
- Oprechter trouw (roman, 2001)
- Recepten uit een oud archief (met Teunn, 2000)
- En maak het vooral niet te lang (met Gerben Wynia, 1997)
- Vanuit mijn raam gezien (met foto's van Elizabeth Mollison, 1996)
- Hartstocht (verhalen, 1991)
- De prijs per vel (verhalen, 1990)
- De Amerikaantjes (novelle, 1989)
- Een krans rozen en een zakdoek (verhalen, impressies en portretten, 1988)
- Een blauwe golf aan de kust (jazzherinneringen, 1986)
- Resten van jou (poëzie, 1986)
- Toen Reve nog Van het Reve was (herinneringen, 1985)
- Mijn naam is Garrigue (roman, 1983)
- Stampende mussen (verhalen, 1980)
- Misverstane huurders (kritieken, 1978)
- De stalmeesters, of Geheimhouding verzekerd (roman, 1978)
- Bon voyage, Napoléon (verhalen, 1976)
- Tweede druk (verhalen, 1975)
- Bang weer (verhalen, 1974)
- Lieve zuster Ursula (roman, 1969)
- Naakt twaalfuurtje (kritieken, 1967)
- Duivels oorkussen (verhalen, 1965)
- Onder schoolkinderen (verhalen, 1963)
- Het kwartet (roman, 1960)
- Consternatie (verhalen, 1956)
De bundel Rear Window and Other Stories (2002) bevat een aantal in het Engels vertaalde verhalen, waarvan we No Kidding in zijn geheel hebben opgenomen.
In 1964 kochten Henk Romijn Meijer en Elizabeth Mollison, een Australisch-Nederlands schrijversechtpaar, een huis in de Dordogne. Het Franse dorp en zijn bewoners zijn geportretteerd in zijn bekendste roman, Mijn naam is Garrigue, maar ook in vele verhalen. Kenner van het oeuvre Gerben Wynia koos samen met Elizabeth Mollison voor Vanuit mijn raam gezien de mooiste verhalen uit Bon voyage, Napoléon en Op oude voet. Daarnaast bevat deze bundel niet eerder gebundelde Franse verhalen van deze grootmeester van het korte verhaal.
"Romijn Meijer schrijft over onvolmaakte mensen die aandoenlijk hun best doen, al wordt ’t nooit wat. ‘Ik schrijf misschien vanwege een voortdurende verbazing, een voortdurend ongeloof dat de mensen zijn zoals ze zijn’, zei hij eens. Eigenlijk tart hij in zijn verhalen alle wetten van de goede short story. Er is meestal geen verhaal, geen noemenswaardige ‘plot’. Geen climax, geen pointe, geen ontlading. De verhalen beginnen op een willekeurig moment en na wat ordeloze dialogen, kleine gebeurtenissen en geestige sneren glijden we het schouwspel weer uit."
- ALEID TRIUJENS in DE VOLKSKRANT
Verhoudingen van Henk Romijn Meijer is een heerlijk ouderwetse roman over hunkering, waarin de kachel
snort en iedereen brandt van verlangen. [...] Zonder meer een ontroerende roman, waarbij je soms niet weet of je moet lachen of huilen om het millimeter kleine leed dat de personages voortdurend treft.
- MAX PAM in HP/DE TIJD
Henk Romijn Meijer is een ‘weinig vleiende waarnemer van het leven’ constateerde T. van Deel in Trouw, maar ook een briljant stilist, die meer lezers verdient. Scherp, en vaak ook geestig, is deze nieuwe roman over een jonge student die op kamers woont in Amsterdam-West.
- TROUW
Buiten suist en zoemt de wereld [...] maar echt binnen komt die buitenwereld nooit. Dit is een roman als een gesloten kist. Heel soms glimt licht door kieren en naden naar binnen. Dan is het boek hartverscheurend mooi. Zoals deze roman als geheel als prestatie van formaat kan worden beschouwd. Koop dit prachtige boek.
-
ARIE STORM in HET PAROOL
Van een eenvoudig gegeven weet Henk Romijn Meijer een intrigerend liefdesdrama te maken. Met minimalistisch taalgebruik laat hij zien welke mooie tragiek er schuilt onder wellevend gekeuvel.
-
DANIËLLE SERDIJN in DE VOLKSKRANT
Achter de koele verhoudingen en het allengs beklemmender verhaal gaat grote tragiek schuil. [...] Die stiekeme, benauwde jaren vijftig spelen de hoofdrol […]. Het opgeslotene, onvrije van die tijd geeft de schrijver perfect vorm met het bedompte pension in Amsterdam-West en de huurflat ernaast, waar de twee hoofdpersonen wonen. [..] Dat anglofiele is niet vreemd voor een schrijver die stilistisch veel op heeft met Anglo-Amerikaanse auteurs. Grappig als hij is lees je dat aan kleinigheidjes. […] onnadrukkelijke humor als handtekening van de schrijver die […] al liet zien gefascineerd te zijn door menselijke relaties. [...] Nu wereldwijd een nieuw soort preutsheid gloort, is Verhoudingen niet een boek over de jaren vijftig, maar een actueel verhaal over bevrijding.
In Alle
verhalen tot nu toe zijn voor het eerst alle verhalen van
Henk Romijn Meijer in één band bijeengebracht. Of
hij nu schrijft over schoolkinderen in Melbourne, over intellectuelen
en kunstenaars in Amsterdam, schrijvers op tournee in Groningen,
of over boeren en honden op het Franse platteland — Romijn Meijer
observeert ze vol humor, en tegelijk met de lichte distantie waarom
hij bekend is. Zijn verhalen bewegen zich op elegante wijze tussen
satire en melancholie, die zich bij Romijn Meijer soms zo hecht met
elkaar verweven dat ze vrijwel niet van elkaar te onderscheiden zijn.
Binnen de Nederlandse naoorlogse literatuur, getekend door calvinisme
en doem, neemt hij daarmee een unieke plaats in.
Op
oude voet, de nieuwe verhalenbundel van
Henk Romijn Meijer, speelt zich af in Nederland, in New York en in
de Dordogne, de streek die ook centraal stond in Bon
voyage, Napoléon uit 1976, nog onlangs door de criticus Wam
de Moor geprezen als "deze prachtige bundel verhalen uit het volle
dorpsleven". In het dorp uit die bundel beleeft Henriëtte nu haar
nadagen. Het bezoek van een sjofel circusje en het verschijnen van
een Russische gitarist zorgen voor opschudding. Andere verhalen hebben
een steedser karakter. Een stokoude adellijke dame zinspeelt onbedoeld
op haar dubieuze oorlogsverleden en twee even stokoude vriendinnen
vieren de verjaardag van een overleden echtgenoot door met onvaste
stem een lied van Bertolt Brecht te zingen. Ook in de niet-Franse
verhalen staan de hoofdfiguren wat ongemakkelijk in de maatschappij,
zoals de Nederlandse jazzmusicus die stuit op een ontnuchterende
waarheid, of de manische vrouw die zeker weet dat ze de hoofdprijs
in de loterij heeft gewonnen. In Op oude
voet zijn humor en melancholie zo hecht verweven dat ze vrijwel
niet van elkaar te onderscheiden zijn.
Arnold
Heumakers in NRC Handelsblad: In Oprechter
trouw gaat het (de titel laat nauwelijks ruimte voor twijfel)
over een huwelijk, zij het een hoogst onconventioneel huwelijk, aangezien
de beide echtelieden al meer dan vijfentwintig jaar gescheiden zijn.
Wel wonen ze nog altijd in hetzelfde huis, bij het Sarphatipark in Amsterdam.
Barend Fijnvandraat, vierentachtig jaar oud, en zijn zes jaar jongere
Hetty hebben zich nooit van elkaar los kunnen maken, en met welke perikelen
dat allemaal gepaard gaat, daarvan kan de lezer meer dan vierhonderd
bladzijden lang meegenieten. "Geen water bluscht dit vuur",
luidt het − eveneens
van Vondel afkomstige − motto bij de roman, die bestaat uit een lange
reeks van scènes uit het "huwelijk" van deze twee vitale
en voortdurend met elkaar kibbelende bejaarden. Vooral op Barend, vertaler
van beroep (al staat ook ergens dat hij nog altijd niet wist wat hij
worden zou), heeft de leeftijd nauwelijks vat gekregen. "Oud worden
moet je doen als je nog jong bent", vindt Barend, en daarom is hij
op hoge leeftijd zo jeugdig gebleven, tot wanhoop van Hetty, die maar
niet kan wennen aan de vele vriendinnetjes met wie Barend zijn gedachten,
zijn conversatie en zijn bed vult. Ze begrijpt niets van 'die man'
, roept ze om de haverklap, wanneer hij haar weer eens op de kast heeft
gejaagd. Hetty krijgt dan ook nogal wat van Barend te verduren. Haar
plagen en pesten lijkt, naast een nimmer verzakende preoccupatie met
Hema-meisjes, dienstertjes en eigenlijk met alles wat een rok draagt,
zijn voornaamste dagvulling, althans wanneer hij niet werkt aan een nieuwe
vertaling van Lady Chatterley's lover. Zijn doorgaans goedaardige pesterijen
en haar wanhopig onbegrip over wat hem nu weer heeft bezield bepalen
het ritme van deze comedy of errors, waarvan Hetty's beste vriendin Willemien
het geheim verraadt als ze zegt: `Het is een soort liefde, moet je maar
denken'.
Het
titelverhaal Hartstocht van
deze bundel wordt beheerst door de hartstocht die tot liefde kan leiden,
zonder overigens een garantie in te houden.
In andere verhalen speelt hartstocht van een ongewoner soort de personages
parten: de passie voor het bezit van wapens of het bouwen van radio's
of een hartstochtelijk verlangen om het hoogste woord te voeren.
In Esther,
een oorlogsverhaal wordt een dienstmeisje bij de bevrijding
verliefd op een Engelse militair die met haar trouwen wil. Vol hartstocht
volgt zij Engelse lessen, maar eenmaal in Engeland ontdekt zij dat
haar verloofde iets voor haar heeft verzwegen.
Niet minder navrant is Van dingen die voorbijgaan,
dat het einde beschrijft van een hond die een dag te lang is blijven
leven.
Bert Kuipers in de IJmuider Courant: Henk Romijn Meijer is een kenner van de Angelsaksische literatuur en daarom denk ik dat hij de kunst afgekeken heeft van de Amerikaanse shory-story-beoefenaars bij uitstek: John Cheever en Raymond Carver. Het titelverhaal doet me qua opzet een beetje denken aan What We Talk About When We Talk About Love van de laatste. Maar wat zou dat, Romijn Meijer bezit een geheel eigen thematiek, al is daarin de Amerikaanse invloed duidelijk aanwijsbaar.
Doeschka
Meijsing in Elsevier over De
prijs per vel: Een van de vervelendste personages
die een schrijver als hoofdfiguur kan kiezen is een schrijver. Wat heeft
de lezer ermee te maken hoe moeilijk een schrijver het heeft? Hoe eenzaam
en opgesloten hij achter zijn bureau zit? Hoe hij worstelt met existentiële
vragen? De prijs per vel van Henk Romijn
Meijer gaat over het schrijverschap, maar is een uitzondering op de boven
gestelde regel.[...] De lezer zou het boek al lang terzijde hebben gelegd,
als de schrijver niet door zijn stijl −de opmerkelijke opbouw van dialogen −,
door zijn analytische intelligentie, maar vooral door zijn uiteindelijke
liefde voor wat goed en waardevol in de literatuur is, de voorkeur van
de lezer blijft behouden. De prijs per vel is
een gedurfd boek over de literaire wereld. Het is een amusant boek omdat
Romijn Meijer boos is, en ook nog kan schrijven.
Willem
Kuipers in de Volkskrant: Romijn
Meijer heeft nu een verhaal geschreven, dat wat langer is en daarom novelle
heet. Al wordt die typering over het algemeen wat willekeurig toegepast,
bij Meijer klopt ze perfect. De Amerikaantjes − de
titel heeft iets verraderlijk vertederends dat heel mooi bij het boek
past − is een proeve van meesterschap in dit nog maar zelden beoefende
genre. Meestal wordt tegenwoordig ieder enigszins uit de hand gelopen
verhaal een novelle genoemd, maar het genre wordt door meer gedefinieerd
dan lengte; een novelle laat een tamelijk gecompliceerde ontwikkeling
zien. Dat is ook in De Amerikaantjes het
geval. De vertelling is van een sprankelende eenvoud. Een Amerikaans
stel op leeftijd, bevriend met een Amsterdams paar, dat een optrekje
bezit in een rustige streek van Frankrijk, is ertoe overgegaan zich eveneens
gedurende de zomermaanden in die contreien te vestigen. "Tony needs a
project." Dat was het begin, kernachtiger en Amerikaanser had het niet
geformuleerd kunnen worden. Maar zie wat uit dit "project"groeit.
Henk
Romijn Meijer in gesprek met Bert Vuijsje (Volkskrant, dec '86) over Een
blauw golf aan de kust : Mijn boek kun je voor
mijn part een autobiografie aan de hand van jazz noemen. Het is geen
jazzkritiek, het is geen jazzgeschiedenis, het is een poging om iets
terug te winnen van het enthousiasme dat je toen bezielde. Die eerste
ervaringen, het soort opwinding dat je hebt als je het voor het eerst
hoort en het heel langzaam begint te begrijpen − dat is verloren, vind
ik hoor, dat komt niet terug. In het schrijven kun je proberen het enigszins
te herwinnen. Het is verbonden met herinneringen aan de mensen die die
platen bezaten. Dat zijn altijd oudere jongens, die je pesten en waarvan
je afhankelijk bent omdat ze gewoon ouder zijn en platen bezitten, die
je dingen aandoen, die je geld aftroggelen, die je belazeren enzovoort.
Ik heb het ook met 78-toerenplaten, die ik eigenlijk liever heb dan lp's.
Om zo'n oude West End Blues terug te zien en naar het label te kijken,
dat is een opwindende ervaring. Ik draai ze ook het liefst op dit prachtige
oude apparaat van His Master's Voice. Je kunt ze ook elektrisch afspelen,
dat weet ik allemaal, maar dan verdwijnt er iets van de klank. [...]
De sfeer betekent voor mij zoveel, dat ik een beetje ruis nauwelijks
gebrek aan kwaliteit noem. Het hoort juist bij de kwaliteit die ik eraan
toeken. Dat gaat terug naar het verlangen dat ik toen had. Die platen
had ik willen horen toen ik elf was. Het is in zekere zin het terugkopen
van je jeugd.
Met Mijn
naam is Garrigue brak Henk Romijn
Meijer in 1983 door naar het grote publiek. Het boek zou een nieuw
genre in de Nederlandse literatuur inluiden: de faction. Het is naar
vorm en stijl een psychologische roman, naar intrige een thriller,
maar gebaseerd op ware feiten.
Aad Nuis in Intermagazine: Mijn
naam is Garrigue is een reconstructie
van een gifmoord in 1874, maar meer nog een roman over giftige verhoudingen.De schrijver heeft zich gebaseerd op de 1200 dichtbeschreven foliovellen die het dossier van de rechtszaak vormen, en hij garandeert in zijn inleiding dat elk beschreven of vermeld feit waar gebeurd is. Het is met andere woorden het eerste Nederlandse voorbeeld van een genre dat in Amerika door Capote en Mailer bekend is geworden: de ′non-fiction novel′.
Anders dan bij de Amerikaanse auteurs gaat het om een onbekende en vergeten zaak, zodat Romijn Meijer de vraag wie de dader is als element kan gebruiken in de intrige, maar werkelijk belangrijk is dat element niet. Het gaat erom dat die doos met foliovellen een luik heeft geopend waardoor de achterkant van de dorpsidylle pijnlijk zichtbaar wordt. Het is niet de waarheid over de moord die ondubbelzinnig aan het licht komt, maar de waarheid over die kleine samenleving.
De bundel Stampende
mussen bevat twee grote novellen en vier kortere verhalen. Het is een zeer gevarieerde bundel door de verscheidenheid van setting en karakters. De verhalen spelen zich af in de negerbuurt van New Haven, maar ook in Antwerpen en Amsterdam, te midden van negers, jazzmusici, kunstenaars, oude vrouwtjes, gestoorde studentes en anderszins verslaafden.
In Stampende mussen komen zowel de satirische als de sombere kanten van Henk Romijn Meijer naar voren; karakteristiek is in alle gevallen de lichte distantie waarmee hij personen en gebeuren bekijkt en beschrijft.
Met deze bundel bewijs Henk Romijn Meijer dat hij tot de boeiendste en kundigste verhalenschrijvers van Nederland gerekend mag worden
Tom van Deel schreef in Vrij Nederland: Aandacht voor gewone gesprekken, voor gebeurtenissen die weinig spectaculair zijn, maar waarin toch, in de oppervlakte als het ware, iets aan het licht komt da t exemplarisch of symbolisch kan heten
De
literaire essays van Henk Romijn Meijer getuigen
van een persoonlijke literaire voorkeur, van persoonlijke ontdekkingen.
Ze zijn het tegendeel van 'recensies' of 'kritieken'. Of Henk Romijn
Meijer nu schrijft over Vonnegut of Updike, een lans breekt voor
Malamud of Delmore Schwartz, hij onderzoekt vooral het creatieve
proces. Zijn analyses van literaire werken en zijn interviews met
schrijvers onthullen essentiële dingen over hun oogmerken en
werkwijze.
In de bundel Misverstane huurders (de
titel verwijst naar de roman De huurders van Bernard Malamud,
volgens Henk Romijn Meijer in de kritiek doorgaans verkeerd begrepen)
zijn beschouwingen bijeengebracht over een aantal moderne Engelse
en Amerikaanse auteurs, zoals Malamud, Vonnegut, Updike, Bellow,
Roth, Auden, Sylvia Plath, zoals Alison Lurie, Flannery O'Connor,
en Marianne Moore.
A.
Alberts in Hollands Diep: Omgeven
door heuvels, ergens tussen Souillac, Payrac en Goudron, ligt een gehucht,
dat Henk Romijn Meijer La Coutonnade heeft genoemd. Er is overigens alles
voor te zeggen, dat het echt bestaat, want de mensen in Meijers dorpsverhalen
leven, zoals dat in die streek hoort, de mannen, de vrouwen, de kinderen
en de ambtenaren. We komen een man tegen: "Hij lachte, want hij
lacht altijd...". Een vrouw, die altijd zakelijk is: "Afrekenen
in baar geld en van tevoren, of anders bon voyage, Napoléon!" Een
kind op een terrein, waar boules wordt gespeeld: 'Yvette, een kriel van
vier jaar, zat op haar krent in het zand'. Een brigadier van politie,
die nauwelijks bekeuren wil, maar die door die lui van Souillac wordt
gestuurd: 'Wij zouden hier nooit een verbaal hebben opgemaakt zo kort
nadat een bord is veranderd. Wij zouden misschien een waarschuwing hebben
gegeven'. De schrijver en zijn vrouw komen al jaren lang naar dit dorp
in de Dordogne. Ze trekken nogal wat rond in de onmiddellijke omgeving.
Ze kennen de mensen, hun goed en hun kwaad. Ze plukken paddestoelen;
ze krijgen wat te drinken voorgezet; ze gaan naar begrafenissen; ze wisselen
geschenken uit; ze horen hoe er over verdeling van erfenissen wordt gesproken.
Het zijn echte verhalen in twee betekenissen. Allereerst, omdat ze de
werkelijkheid weergeven op de manier zoals het hoort: iets waarnemen
met een opnamevermogen, dat over een ingebouwd fotografisch geheugen
lijkt te beschikken. En vervolgens, omdat de waarneming wordt omgezet
in woorden en zinnen, die van het geheel een beeld maken, dat zo helder
en zichtbaar is als het maar kan. En dat is bijzonder knap.
Net als uit zijn eerdere werk blijkt ook uit de verhalen van Tweede
Druk dat Henk Romijn Meijer zijn twijfels heeft over het menselijk bestaan.
In Onder
schoolkinderen beschrijft hij op een toon van persoonlijke gekwetstheid
maar met de nodige humor de ervaringen van een jonge Nederlandse leraar aan
een school in Australië. Het leven op school lijkt zich in een soort onderwereld
af te spelen.
In Duivels oorkussen geeft hij een beklemmende beschrijving van het gebrek aan contact op de zaal van een Amsterdams ziekenhuis. Henk Romijn Meijer toont zonder pathos maar met oog voor de "ongrijpbare nuancen waaruit een brok werkelijkheid is samengesteld"(Huug Kaleis) de ontluistering die het leven daar - en elders- ondergaat.
Bij het verschijnen van Bang Weer in 1975 reageerde de kritiek opgetogen. Paul van 't Veer schreef in Het Parool dat de verhalen "ongetwijfeld tot het allerbeste Nederlandse proza behoren". Ab Visser vond dat Bang weer "tot de fascinerendste verhalenbundels van de laatste jaren gerekend moet worden" en Gerrit Komrij meldde dat de bundel "goddank" opvalt door zijn onopvallendheid.
In de vier verhalen die in deze bundel bijeengebracht zijn, verdwijnen voortdurend
mensen uit het leven. Ze sterven en laten een ander verdwaald achter,
ze verdwalen zelf, raken zoek in een wereldstad, verhuizen met de noorderzon,
waarschijnlijk om een schandaal te vermijden, of trekken zich terug binnen
een privé-wereld waarin zelfs geen psychiater wordt toegelaten.
Hoe sombder deze thematiek ook mag klinken, er is in deze uiterst geraffineerd geschreven verhalen een steeds verrassende humor aanwezig die de tragiek van de figuren relativeert en aanvaardbaar maakt.
De
vier verhalen in Onder schoolkinderen vormen
een eenheid door de plaats waar en het milieu waarin ze spelen: Melbourne,
Australië, waar Henk Romijn Meijer een tijdlang les heeft gegeven,
en de druilerige scboolsfeer waarin hij zich daar heeft bewogen. Een
volstrekt smakeloos schoolgebouw, waar een wat achteloos schoolhoofd
scepter en knuppel zwaait; een groepje zogenaamde leerkrachten besteedt
zijn energie aan pedagogische doeleinden of doodt de tijd in de plek
aller plekken, de leraarskamer. Triest en vermakelijk, kritisch maar op een menselijk-ironische manier belicht Henk Romijn Meijer het reilen en zeilen binnen deze opvoedkundige gemeenschap, waar verhoudingen meer een kwestie van vermoeden en gerucht zijn dan werkelijkheid, en waar een ieder met de ander op gespannen voet leeft, in een 'staat van reddeloze onmin'.
Wam de Moor schreef erover in de Arnhemse Courant:
Romijn Meijer verstaat de kunst om uit allerlei kleine elementjes, de verhaaltjes, de scènes in de klas, de meesterlijke dialogen, een boeiend panorama te scheppen. Dat hij er geen roman van gemaakt heeft, is min of meer begrijpelijk. In de verhalen is de ik-figuur fotograaf, toeschouwer. Soms treedt hij even naar voren, maar hij is duidelijk niet de gene om wie het gaat.
In
muzikale verhoudingen komen jaloezie, wraakgevoelens,
ontrouw, ja 'echtbreuk' evenzeer voor als bij gewone menselijke relaties,
dat blijkt uit deze roman. Maar eveneens blijkt dat een amateur-musicus
zulke gevoelens niet uiten kan en mag, omdat hij er toch geen bezwaar
tegen kan hebben dat de cellist en de eerste violist uit zijn kwartet
ook eens in een ander kwartet spelen. Daardoor moet de tweede violist
zijn gevoelens wel opkroppen. Pas aan het eind van de roman ontlaat
zich de opgehoopte spanning, als de tweede violist erachter komt
dat alles anders was dan hij dacht. "Ze hadden hem een jaar lang
bedonderd achter zijn rug om, op de vuilste manier die hij zich kon
indenken." Het
kwartet is een geslaagd voorbeeld van het zeldzame verschijnsel muziekroman.
Ik vond het bij herlezing nog mooier dan ik me van vroeger herinnerde.
[...]
Uit het nawoord van Romijn Meijer blijkt dat de roman autobiografisch
is, en dat hij zelf de tweede violist van het kwartet was. Wie dat
nu weet kan des te meer bewondering hebben voor de ingehouden wijze
waarop hij zijn eigen rol in dit studentendrama heeft beschreven.
Maarten 't Hart in de NRC
Taken from various collections, the ten stories that constitute Rear Window and Other Stories span more than forty years of storytelling. Originally written
in Dutch, they range in subject from the liberation by Canadian troops
of the author's hometown Zwolle, to what can be observed from a window
of a skyscraper in mid-town New York. Whereas the New York in Consternation is
no more than a boy's dream springing from 'the real American swing'
played by Dutch musicians just after the war, the city (as it was before
9/11) taken on a very concrete form in Rear Window.
Set in Holland, Australia, England, France and the United States, the stories cover a variety of subjects and feature a variety of characters - ordinary yet unusual. They are nearly all of them somewhat at odds with the society in which they happen to live.
A reluctant schoolteacher teaches French to equally reluctant children
in Melbourne, Australia. An ageing happy-go-lucky jazz guitarist
buys himself a magnificent guitar so as to forget that his way of
playing is no longer wanted. A manic-depressive woman identifies
herself with Emily Dickinson to such an extent that she is fatally
lost to the world. A servant girl's promise of a better life is cruelly
broken. 'No Kidding' reflects on the joys and sorrows
of having (or not having) children. A brash and self-righteous jazz
musician makes a painful and humbling error of judgment and an old woman's
slip of the tongue allows us a glimpse of her dubious past.
Rear Window is the first collection by Henk Romijn Meijer to appear in English. Six of the stories were previously published in Wendy Lesser's The
Threepenny Review.
